Zaterdag 30 november 2024 werden op de Torenlaan 58 in Laren twee Stolpersteine (struikelstenen) onthuld, in het bijzijn van nabetaanden, voor:
Salomon Elias de Jongh
Anna de Jongh-Citroen
Het leggen van steentjes is een klassiek joodse traditie. Het doet herinneren aan het joodse volk dat als nomaden leefde. Mensen die stierven werden langs de trek onder stenen begraven als bescherming tegen wilde dieren en als herkenningspunt. Voorbijgangers legden ook stenen op het graf als teken van liefde en respect. “Bloemen vergaan maar stenen liggen er voor altijd”.
Kleinkinderen, achterkleinkinderen en achter-achterklein-kinderen. Drie generaties de Jongh waren aanwezig bij de onthulling van de Stolpersteine.
De Torenlaan 58, bij het huis “de Phoenix”, zijn op 30 november 2024 twee Stolpersteine gelegd, deze stenen zijn onthuld voor de vroegere bewoners van de Phoenix, Salomon Elias de Jongh en Anna de Jongh-Citroen.
Vanaf 1928 woonden Salomon Elias en Anna in de Phoenix, een huis dat ze zelf hebben laten bouwen. Salomon was textielhandelaar. De oorsprong van de naam ‘de Phoenix’ is opmerkelijk. Op de dag van de eigenlijke verhuizing van de familie de Jongh naar de Torenlaan 58 in 1927, ontplofte de boiler en veranderde het huis in een ruïne. Het huis werd opnieuw opgebouwd en zo herrees uit deze ruïne “de Phoenix”. Zo kwam het dat Salomon en Anna tussen 1928 en 1941 in de Phoenix woonden. In 1941 werd hun huis ingenomen door de Duitsers en moesten ze bij kennissen logeren. Twee jaar later moesten ze onderduiken. Helaas werd Salomon tijdens de zoektocht naar een onderduikadres in 1943 verraden, hij werd gedeporteerd naar Sobibór en vervolgens vermoord. Anna werd op haar onderduikadres het jaar daarop ook verraden, ze werd in Auschwitz-Birkenau vermoord. Hun enige zoon Eddy de Jongh, wiens naam vereeuwigd is op de eerst gelegde steen van de Phoenix, heeft de oorlog wel overleefd. De onthulling van de Stolpersteine was erg mooi. Er waren veel nakomelingen van Salomon en Anna aanwezig, kleinkinderen, achterkleinkinderen en achter-achterkleinkinderen. Drie generaties van de familie de Jongh.
Salomon Elias de Jongh werd geboren op 19 september 1891 op de Weesperstraat 62 in Amsterdam. Hij was de zoon van Eliazer Salomon de Jongh en Betje Franco.
Anna de Jong-Citroen werd geboren op 4 december 1889 op de Warmoesstraat 167 te Amsterdam. Zij was de dochter van Louis Citroen en Rosetta van Crevel. Vader Louis was commissionair en zat samen met zijn inwonende jongere broer Theodore Citroen in de handel. Het oudste kind Arnold werd op 6-9-1888 in Amsterdam geboren; gevolgd door Anna.
Het echtpaar de Jongh heeft gedurende de oorlog op verschillende adressen gewoond. In februari 1941: Torenlaan 58, Laren (villa De Phoenix). Daarna hebben ze ingewoond op de Engweg 21, villa ‘De Heidaal’ bij het echtpaar Polak-Nijkerk, journalist, vakbondsbestuurder en politicus. Op mei 1941 werd de villa ontruimd door de Duitse Wehrmacht. In december 1941 deed Anna Citroen aangifte van ontvreemding van eigendommen door de Wehrmacht uit haar geconfisqueerde woning.Salomon Elias de Jongh beschikte vermoedelijk over goede relaties en voldoende financiële middelen. Hij kocht voor zijn vrouw (en voor zichzelf?) een plaats op de Weinreblijst (6400/4) en had als contactpersoon opgegeven ene Granaat, JR, kamer 219.
Vanaf het voorjaar van 1942 werden joden in heel Nederland gedwongen naar Amsterdam te verhuizen. Daar werden zij in drie speciale wijken bijeen gedreven: rond het Waterlooplein, in de Transvaalbuurt en in de Rivierenbuurt. Joden moesten voortaan buitenshuis een gele ster dragen met het woord ‘Jood’ erop en ze moesten zich melden voor vertrek naar werkkampen.
Vanuit Laren moesten ook zij gedwongen naar Amsterdam en woonden op de Amstellaan 115.
Vanuit daar werden zij op transport gezet naar kamp Westerbork. Salomon komt aan in Westerbork op 23-3-1943 (B66). Vanuit Westerbork werd Salomon op 20 april 1943 naar Sobibor getransporteerd. Bij aankomst is hij direct vermoord.
Zijn vrouw Anna Citroen: Westerbork 25-11-1943 (B67). Het is mogelijk dat de Weinreb aantekening haar langer bescherming bood in Westerbork. Op 8 februari 1944 ging Anna op transport naar Auschwitz waar zij bij aankomst direct is vermoord.
Zoon Eddy (1920-2002) zat ondergedoken bij Adriani op Hoefloo 6 in Laren, heeft de oorlog overleefd en ging weer op de Torenlaan wonen. Op de Hoefloo zat hij ondergedoken met Esther Stoppelman-Delden en haar zusje Debora Delden. Zij hebben de oorlog niet overleefd.
Bron: Herinneringsbomen Laren