Hier worden in 2026 twee Stolpersteine (struikelstenen) onthuld voor:
Ruben (Ruudje) Meijer
Marie (Mietje) Meijer-de Winter
Ruben (Ruudje) Meijer 6 april 1874, geboren in Borculo en Marie (Mietje) Meijer-de Winter geboren op 30 november 1886 in Amsterdam, verbleven op verschillende onderduikadressen.
Eerst bij Harrij van Puijenbroek en Clara van Puijenbroek-Cock in de Jutmannen in Blaricum. Het echtpaar Puijenbroek behandelden de onderduikers zeer slecht. Het was het alleen om de centen te doen. Ze zijn daar weggegaan en terechtgekomen in de Professor Van Reeslaan, ook in Blaricum bij “Tante Aafje” Alblas. De oude mevrouw Alblas verborg maar liefst 12 onderduikers. In december 1943 moesten alle onderduikers snel weg want het adres was verraden. Ruben en Marie gingen naar de pianist Dirk Rosenbaum en Johannan Rosenbaum-Goenee in Utrecht. In juni 1944 gingen ze weer terug naar Laren en kregen onderdak bij de familie Gijs Terweijden aan de IJsbaanweg 8. Op 1 juli 1944 werden ze daar opgepakt en gedeporteerd naar Westerbork. Op 6 september 1944 arriveerden ze in Auschwitz. Ze werden daar direkt vermoord in de gaskamers. Zij werden overigens verraden door een vroeger dienstmeisje.
Bron: Herinneringsbomen Laren