Woensdag 5 juni 2024 werd op de Neuhuijsweg 1 in Laren een Stolperstein (struikelsteen) onthuld voor Sara Levit-Bargeboer in het bijzijn van nabestaanden.
De onthulling van de Stolpersteine,
Het was 5 juni 2024 dat de onthulling plaatsvond van de monumenten voor mijn opa en oma en mijn overgroot oma. Op deze mooie dag, ook toevallig mijn verjaardag, werden op de Leemkuil 11 en de Neuhuysweg 1, drie Stolpersteine onthuld.
Vanaf 1925 exploiteren Bartus C. Majoor en zijn vrouw E. Calis een pension ‘Het Witte Huis’ aan de Neuhuysweg 1 te Laren. Het pension lag goed gepositioneerd tegenover Huize Ariëtta waar ooit de schilder Mauve woonde. Ze kopen het van Dirk Smit van “De Gooische Boer”. Beiden zijn geboren Laarders. E. Calis is geboren in het huis van Preyer, haar ouders woonden achter en bode De Leeuw, die op Hilversum reed, vóór. Preyer was de voorganger van bankerbakker Konijn aan de Stationsweg. Het was een boerenwoning. Majoor werd geboren aan de Zijtak. Hij woonde in de beginjaren van z’n huwelijk op de Brink, maar het boeltje brandde af. Daarna kreeg hij een gemeentewoning “De Maatschappij” aan de Eemnesserweg. Maar daar moesten we 70 gulden huur per maand betalen. En dat was wel een beetje veel. We hebben er een jaar gewoond. Toen kwam “Het Witte Huis” te koop. Mijn vrouw had wel zin in het hotelvak en dus was de koop spoedig gesloten. In 1933 verwerft het Hotel internationale faam wanneer hier de joods-Duitse schrijver Georg Hermann met zijn ex-vrouw en twee jongste dochters zijn intrek neemt. Als gevolg van de Rijksdagbrand en de openbare boekverbrandingen besluit hij te vluchten voor het nazi geweld. Het gezin komt in november 1943 om in Auschwitz. Vanaf 1935 kan men in het Hotel ook ’s-avonds dineren of een afspraak maken voor het nemen van een bad. In november 1934 verhuist dochter J.E. Majoor naar de Amsterdamsestraatweg 39 in Naarden. Vanaf 1940 adverteert Majoor trots als ANWB Bonds-Hotel met 20 kamers. Uit de KvK blijkt dat ene G. Hogenhout het pension van hen in april 1942 overneemt. Voordat het Hotel verkocht wordt biedt Majoor in maart 1942 zijn overtollige hotelraad aan (ledikanten, matrassen, ’n geëmailleerd bad, 2 rookstoelen, schilderijen, wasstellen etc.). Hogenhout wil het Hotel moderniseren. Hij adverteert voor nieuw personeel. In maart 1943 vraagt het Witte Huis in de lokale Bel voor de zomermaanden dépendances voor haar zomergasten.
Op 13-7-1943 wordt door de SD met assistentie van WA-hopman Nijland en NSB-er Rienks in ‘Het Witte Huis’ de joodse mevrouw Sara Levit-Bargeboer (*1890) gearresteerd. Hier wordt ze tijdens haar arrestatie van de trap afgegooid, zodat ze het onderduikadres van haar familie op de Leemkuil aan de SD-ers geeft.
Op de Leemkuil 11, bij mevrouw Hoeksema, worden vervolgens drie van de vier joodse onderduikers gearresteerd; Emiel Wolf (*1916), zijn vrouw Jantje Geertruida Wolf-Levit (*1916) en weduwnaar Bernhard Rosenbaum (*1886). Ook de pensionhoudster Ietske Hoeksema wordt meegenomen. Onderduiker Park weet te ontsnappen. Allen werden door de Larense agenten Hordijk en Geurts overgebracht naar Amsterdam.
Sara Levit-Bargeboer was de (schoon-)moeder van het echtpaar Wolf-Levit. Zij werd op 3 november 1890 in Winschoten geboren als dochter van een slager en een ‘vleeshouwersche’. Uit haar huwelijk met Philip Levit had ze, behalve Jenny (1916), nog twee kinderen: Jack (1918) en Charlotte Helena (1925). Vanuit Zandvoort was ze met het gezin weer naar Amsterdam teruggegaan waar ze in de eerste oorlogsjaren in de Valeriusstraat (128) woonden. Daarvandaan moet ze, met oudste dochter en schoonzoon, naar Laren zijn gevlucht waar ze verraden werd.
Sara Levit-Bargeboer werd, gelijk met haar dochter en schoonzoon, via Amsterdam naar Sobibor gedeporteerd om daar, ook op 23 juli 1943, te worden vermoord.
Of ze ervan op de hoogte was is onbekend maar haar zoon Jack (op 30-4-1943) en haar man Philip (21-5-1943) hadden enkele maanden eerder hetzelfde gruwelijke lot ondergaan. En op 24 september 1943 ten slotte, kwam in Auschwitz een eind aan het leven van haar jongste dochter, Charlotte Helena, 18 jaar oud.
Bron: Herinneringsbomen Laren