Hier wordt in 2026 een Stolperstein (struikelsteen) onthuld voor Aäron Loterijman
In mei 1938 verhuist Jaap Doeser met gezin vanuit Naarden naar de Melkweg 31 in Laren, het onderduikadres. Op 1 september 1943 nam hij ook de joodse tandarts Loterijman in huis. Aäron Loterijman werd geboren op 22 augustus 1891 in Utrecht. Zijn Nederlandse roepnaam was Arnold. Zijn vader was Joseph Loterijman, zijn moeder Sophia de Vries, oorspronkelijk uit Vierlingsbeek. De familie was Joods. Hij had één zus, Susanna en halfzussen en broers. Zijn vader was eerder getrouwd geweest met Grietje Cohen. Halfbroertje Marcus stierf heel jong. Na de middelbare school ging Aäron in Utrecht tandheelkunde studeren. Hij was lid van de studentenvereniging Unitas op het Lucas Bolwerk. Na het behalen van zijn doctoraal examen vestigde hij zich als tandarts in de Van Woustraat 3 te Amsterdam. Op 20 maart 1925 verhuisde de praktijk naar de Keizersgracht 718. Aäron trouwde twee keer met dezelfde vrouw, zangeres voor de KRO- radio Elisabeth (Lies) de Leeuw (Amsterdam, 26 augustus 1905 – Amsterdam, 26 augustus 1998). De eerste keer trouwde hij op 6 augustus 1925 en hijscheidde van haar op 7 augustus 1928. De tweede keer trouwde hij op 8 augustus 1929 en weer scheidde hij van haar op 10 juli 1940 (Lies trouwde op 14 mei 1941 met de Joodse arts en seksuoloog Leo Levie).
Aäron Loterijman kreeg een onmisbaarheidsverklaring (sperre) van de Joodse Raad. Hij mocht als Jood door blijven werken als tandarts. Op de kaart stond vermeld dat hij een heupziekte (Doeser zei ook dat hij moeilijk liep) en een hartaandoening had. Loterijman (die valse papieren had op de naam van Hendrik Jelle Antonisse) bleef niet binnen zitten maar ging gewoon de straat op en kwam vaak in het café van Lambertus Pandelaar op Brink 20 in Laren. Hij kreeg daar illegale blaadjes zoals de Vliegende Hollander. Loterijman was onvoorzichtig, want hij bewaarde deze illegale blaadjes bij Jaap Doeser thuis. De SD was inmiddels op zoek naar de Jude Antonisse in Laren. Kort voor de bevrijding in 1945 werden zij verraden.
Op 19 april 1945 omstreeks 11 uur ’s ochtends kwam er een huiszoeking door zes mannen van de landwacht waaronder Willem van Middeldijk, een NSB’er. De Duitsers zetten de straat af maar vergisten zich in het huisnummer waardoor er huiszoeking bij de buren plaatsvond. Daarna kwamen zij bij Jaap. Doeser en Loterijman moesten in de voorkamer wachten, terwijl het huis doorzocht werd. Ze vonden illegale nieuwsberichten en brieven op de kamer van Loterijman. Jaap Doeser en Arnold Loterijman werden gearresteerd en overgebracht naar het Kringhuis in Laren. Daarna werden ze overgebracht naar het NSB-Kringhuis villa Medan Julianalaan 11 in Baarn. In het Kringhuis in Baarn was de Sicherheitspolizei ondergebracht.
Doeser, Loterijman en de ook gearresteerde Pandelaar werden opgesloten. Loterijman zat apart opgesloten. Op een gegeven moment in de provisiekamer en later in de kelder. Doeser en Pandelaar werden in de middag samen in de keuken gezet waar ze aardappels moesten schillen. Daar kregen ze weer te horen dat ze werden doodgeschoten, tenzij ze het af zouden kopen. Dat deden ze. Doeser voor 500 gulden en Pandelaar voor 1.000 gulden. Ze werden naar Laren teruggebracht. Na de arrestatie werd Doeser zakelijk ernstig gedupeerd, doordat het professionele fotoarchief van Doeser kort en klein geslagen werd door de SD.
Loterijman wordt door SD commandant Walther Müller en SD-er Werner Haase na de oorlog bij hun verhoren beschuldigd van wapenbezit en spionage. Het lijkt vooral bedoeld om de executie ‘goed te praten’ zodat het onder het zogenaamde Niedermachungsbefehl valt (op bevel van Hitler - 30 juli 1944 - mogen alle saboteurs zonder proces worden doodgeschoten). Maar dat is niet zo. Müller had dan ook met andere officieren moeten overleggen en heeft dat niet gedaan. Müller wordt omschreven als een heer (hij was ingenieur) maar wel een met een kwade dronk en een paar dagen per week dronken was.
Pas in 2015 is door onderzoek van de Utrechtse theatermaker Leon Giesen het lot van Loterijman bekend geworden. Giesen deed toen onderzoek als gastconservator van het Nationaal Militair museum. Giesen heeft de moordlocatie bepaald aan de hand van foto’s uit het strafdossier van de moordenaar, oostfrontveteraan en SS-beul Willi Kulla (34). Nergens is een melding van het feit dat Loterijman zich vrij zou kunnen kopen. Het lijkt voor hem geen optie te zijn geweest. Hij had in zijn graf ook nog geld bij zich. Loterijman wordt volgens moordenaar Willi Kulla op 27 april (en volgens opdrachtgever Müller – die zich ook niet meer kon herinneren of hij de opdracht had gegeven - op 28 april) doodgeschoten. In het begin van de avond. Loterijman nam plaats op de zijkant van het gat in het bos aan de overkant van de villa. Zij dachten dat hij stond te bidden want hij had zijn hoed op. Stond met de rug naar de weg. Kulla plaatste het wapen, dat vrij oud was, op de nek. Het had vele blanke vlekken (dus vaak gebruikt). Het wapen weigerde twee keer. SD-er Bakkenes was opgelucht omdat hij dacht dat het een schijnexecutie was. Maar Kulla schoot alsnog. Loterijman stortte naar voren. Kulla trok hem om. Loterijman’s benen lagen in de richting van het station. Bakkenes en collega Jacobs waren van slag. Bakkenes moest het gat dichtgooien, maar het lukte niet. Kulla maakte grotendeels de kuil dicht.
In de Baarnse bossen vlakbij Villa Medan wordt stilgestaan bij de geschiedenis van die plek. In april 1945 werden hier twee mannen doodgeschoten door de nazi's. De jonge verzetsstrijder Ernst van Kempen en de ondergedoken tandarts Arnold (of Aäron) Loterijman.
Aäron Loetrijman
Geboren: 22 augustus 1891
Vermoord: 27 april 1945
Bron: Herinneringsbomen Laren