Hier wordt in 2026 een Stolperstein (struikelsteen) onthuld voor:
Joseph de Leeuw
Joseph de Leeuw groeit op in Noordwijk als zoon van Hartog de Leeuw (1844) en Cato van Norden (1842) in een gezin van 5 kinderen. Hartog is handelaar in groenten en fruit. Op jonge leeftijd gaat Jo werken bij Metz&Co in Amsterdam die stoffen verkoopt. Hij heeft een succesvolle carrière en wordt uiteindelijk directeur en eigenaar van het bedrijf. Metz&Co groeit uit tot een toonaangevend bedrijf in de wereld van mode, interieur, design en (toegepaste) kunst.
In 1904 trouwt hij met Catharina Schönberg en ze krijgen drie kinderen. Het gezin verhuist in 1911 van Amsterdam naar Laren. Daar bouwen ze hun huis D’ Leewrik aan de St-Janstraat 57. Catharina overlijdt op 9 Oktober 1930 en ligt begraven op de algemene begraafplaats in Laren. Joseph hertrouwt op 17 September 1935 met de actrice Elisabeth Herzberg.
In 1941 wordt D’ Leeuwrik geconfisqueerd door de Duitsers. Joseph en zijn vrouw moeten verhuizen en wonen daarna op de Zijtak 35, totdat alle joden uit Laren in juni 1942 de order krijgen naar Amsterdam te gaan. Vanuit Amsterdam worden zij in maart 1943 geïnterneerd in kamp Barneveld en komen eind september 1943 terecht in Westerbork. Elisabeth weet in januari 1944 te ontsnappen uit Westerbork en duikt onder. Joseph gaat niet met haar mee. Hij wordt in september 1944 op transport gezet naar Theresienstadt en bezwijkt een maand later, op 17 oktober 1944, aan de gevolgen van een longontsteking. Hij is dan 71 jaar.
Van de drie kinderen van Joseph hebben Hendrik en Kitty de oorlog overleefd. Beiden waren niet in Nederland toen de oorlog uitbrak. Hendrik heeft zijn 2 kinderen, Hannie (1934) en Kibi (1935) in 1943 uit Nederland weten te halen. Dochter Henriette is in Auschwitz vermoord, samen met haar man Karl Heinz Pfeffer en hun twee jonge kinderen, Jan Peter en Thomas. Elisabeth overleeft de oorlog en keert in augustus 1945 weer terug naar D’ Leewrik.
Voor de oorlog
Joseph (Jo) de Leeuw komt als dertienjarige in 1886 in dienst bij Metz & Co, toen gevestigd in de Sint Antoniesbreestraat in Amsterdam. Tien jaar later is hij medevennoot. In 1902 verplaatst hij het bedrijf naar een groter pand in de Kalverstraat en in 1908 naar het ruime en voorname pand op de hoek van de Leidsestraat en de Keizersgracht.
Jo trouwt op in 1904 met Catharina Schönberg in Amsterdam, een nicht van hem. Alhoewel beiden joods zijn van geboorte, behoren ze niet tot de Joodse Gemeente. Catharina is zelfs christelijk. Het echtpaar krijgt drie kinderen: Hendrik (Henk,1908), Henriette (Jet,1909) en Catharina (Kitty, 1915).
Voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog is Joseph de Leeuw directeur en enige eigenaar van Metz & Co. Hij trekt schilders, beeldende kunstenaars en meubelontwerpers uit binnen- en buitenland aan die voor het bedrijf stoffen en meubelen ontwerpen (1). Metz & Co groeit uit tot een vooruitstrevend en toonaangevend bedrijf in de wereld van mode, interieur, design en (toegepaste) kunst.
Als succesvol zakenman verhuist Jo met zijn gezin in 1911 van Amsterdam naar Laren. In 1913 koopt hij een groot perceel aan de St Janstraat 57 in Laren. Daar laat hij een landhuis bouwen, ontworpen door K.P.C. de Bazel. Het huis krijgt de naam D’ Leewrik vanwege de vele leeuweriken die te horen waren in het nabijgelegen korenveld. Jo en zijn vrouw Catharina hebben een brede belangstelling voor cultuur en samenleving. Diverse kunstenaars, politici en schrijvers uit Laren en Blaricum behoren tot hun vrienden- en kennissenkring. Catharina overlijdt in 1930 op relatief jonge leeftijd waarna een periode aanbreekt waarbij Jo veel op reis is. Hij krijgt een verhouding met de 20 jaar jongere Liesbeth Sanders-Herzberg (Lies) (2).
Zij is een voordrachtskunstenaar en zingt onder meer Franse chansons en Jiddische liedjes. Het huis krijgt na hun huwelijk in 1935 een grote make-over, waarbij de kleuren en inrichting werden aangepast aan de avant-garde uit die tijd. Zo werd de kleurstelling overgelaten aan Bart van der Leck met wie Jo zeer bevriend was. Er brak een bruisende periode aan met feesten en huisconcerten in D’ Leewrik (3). Lies was ook een graag geziene gast in hotel Hamdorff.
1940
Als de tweede wereldoorlog uitbreekt in september 1939 met de inval in Polen, is er het eerste halfjaar nog weinig merkbaar in Nederland. Joseph, die ook de eerste wereldoorlog heeft meegemaakt, realiseert zich dat het verstandig is om een vluchtplan te hebben. De dreiging van een inval is groot. Op 30 april 1940 schrijft hij een brief aan een van zijn zakelijke contacten in Engeland om visa te krijgen voor zijn gezinsleden. Om zo naar Engeland te kunnen gaan mocht de situatie zich voordoen. Maar het is te laat. Op 10 mei vallen de Duitsers Nederland binnen.
Het toeval wil dat zijn zoon Hendrik (Henk) op dat moment voor zaken in Parijs is. Hij heeft een plaats gereserveerd voor de trein van 10 mei naar Amsterdam, maar op weg naar het station komt hij vast te zitten in het verkeer en haalt de trein niet …. Hij weet Europa via Engeland en Portugal te ontvluchten en belandt uiteindelijk in de Verenigde Staten. Omdat Duitsland niet in oorlog is met Amerika op dat moment, is er postverkeer mogelijk met Nederland. De brieven die bewaard zijn gebleven binnen de familie geven een beeld van hoe het eraan toegaat de eerste jaren van de oorlog.
Brieven gaan in die tijd over en weer met een clipper, een machtig watervliegtuig van Boeing.
De zomer van 1940 gaat redelijk rustig voorbij. Het sociale leven gaat min of meer gewoon door en kinderen gaan weer naar school. Jo schrijft in september: “het is nu rustig in Laren. Je kunt van tijd tot tijd de oorlog vergeten”. Hij kan met de bus en de tram naar Amsterdam om Metz & Co te blijven leiden. Wel moet ’s avonds alles verduisterd zijn. Er wordt veel gelezen uit de boekenkast. Henk vraagt met de winter in aantocht, of er nog vakantieplannen zijn en adviseert Portugal als bestemming. Bedacht moet worden dat alle brieven door de censuur gaan.
Of het niet willen is, of niet kunnen is niet geheel duidelijk, maar Nederland ontvluchten doen ze niet. De zaken blijven min of meer bevredigend doorlopen, Sinterklaas wordt gevierd, er worden cadeau’s gestuurd uit Amerika en iedereen is gezond. Jo schrijft in december: “Wij leven iets eenvoudiger, maar krijgen alles wat we nodig hebben. We hopen spoedig vrede te zien.”
1941-1942
De situatie verandert als D’ Leewrik’ in februari 1941 wordt gevorderd door de Duitsers. Jo moet met zijn vrouw en haar zoon Ben Sanders het huis uit. Ze mogen roerende zaken meenemen, meer niet. Met lede ogen zien ze toe hoe hun huis wordt veranderd in een officierscasino. Ze gaan wonen op de Zijtak 35, in feite op een steenworp afstand. Ook zijn dochter Henriette moet haar huis uit en gaat samen met haar man Heinz Pfeffer en hun twee jonge kinderen Jan Peter en Thomas naar een huurwoning in Blaricum. In juli 1941 krijgen Jo en Lies een waarschuwing van Larense politieagenten om onder te duiken. Er circuleert een lijst met vermeende communisten die moesten worden opgepakt. Deze lijst komt van de SD, de inlichtingen- en spionagedienst. Daar staan ook de namen van Jo en zijn vrouw op, die natuurlijk geen communisten waren. Kennelijk zijn er agenten die dit probeerden te voorkomen, want Jo en zijn vrouw weten te ontsnappen. Ze zijn toen enige tijd in Gelderland en Limburg geweest. Ben duikt ergens anders onder. Na zo’n 4 maanden ondergedoken geweest krijgen ze toestemming weer terug te keren naar het huis aan de Zijtak. Jo schrijft daarover: “wij hebben een lange vakantie genomen en zijn ons eigen land goed gaan zien”. De toonzetting in de brieven is sowieso in het algemeen positief en de situatie wordt vaak afgedaan alsof er niet zoveel aan de hand is en alles wel goed gaat. Er wordt zeker niets negatiefs over de bezetter gezegd. Dat maakte dat de ontvanger, in dit geval zijn zoon, niet kon weten wat er werkelijk aan de hand was.
De situatie verslechtert verder in 1941, zeker voor joodse ondernemers. Het wordt steeds moeilijker om te blijven werken. De dagelijkse leiding van Metz & Co wordt overgedragen aan een waarnemer, later moet hij de zaak aan de bezetter overdragen en wordt beslag gelegd op zijn bezit.
In juni 1942 kregen alle joden uit Laren en Blaricum te horen dat ze zich in Amsterdam moesten concentreren. Met slechts wat kleding en lijfgoed vertrekken Jo en Lies naar haar zwager in Amsterdam.
1943-1944
Er zijn gedurende de oorlog diverse pogingen gedaan om een vrijgeleide te krijgen naar het buitenland, waarbij op het laatst ook de verkoop van het bedrijf en de bedrijfspanden van de familie aan de Duitsers wordt ingezet als tegenprestatie. Maar het mag niet baten. In maart 1943 worden Jo en Lies geïnterneerd in kamp Barneveld; een plek voor ‘bevoorrechte joden’. Aangezien Lies had gewerkt voor de Joodse Raad hebben beiden de status van “gesperrt”, wat betekent dat zij tijdelijk zijn vrijgesteld van deportatie naar de vernietigingskampen.
In het begin is daar nog een zekere mate van bewegingsvrijheid, maar die wordt steeds verder ingeperkt. Wel kunnen de kinderen van zoon Henk, toen negen en zeven jaar oud, nog afscheid van hem nemen. Na 3 jaar van continue inspanningen is het bij hen uiteindelijk gelukt om via Spanje en Portugal herenigd te worden met hun vader in New York. Jo blijft nog hoop houden dat het wel goed zal komen. Maar, een halfjaar later, in november 1943, als ook de Joodse Raad door de Duitsers wordt opgeheven, gaat de hele Barneveld groep naar kamp Westerbork (4). Zijn dochter Henriette is daar dan al met haar man Heinz Pfeffer en hun twee kinderen (5).
Jo verblijft in barak 85: “een barak achter het prikkeldraad zonder enig gerief, een vuile beestenstal om van te kotsen” (6). De communicatie met de buitenwereld wordt steeds moeilijker, zij het dat de post nog wel werkt. Elke 2 weken is er ‘schrijfmiddag’ en kan er op briefkaartformaat geschreven worden aan familieleden. Vaak is het een noodkreet om levensmiddelen, kleding of een gebruiksvoorwerp, zoals een pan. Alles om het leven in het kamp iets draaglijker te maken.
Jo lijkt zich goed te kunnen aanpassen aan het kampleven. Een medekampbewoner die de oorlog overleeft schrijft: “hij bleef merkwaardigerwijze het kleine chique-geklede graafje, dat nog altijd een keur van sportieve overhemden en strikdasjes te zijner beschikking had. Zijn opgewektheid en belangstelling in goede boeken en toch wel sporadisch voorkomende interessante mensen verliet hem nooit. Hij bleef steeds een meester in het zich verschaffen en toebereiden van exquise maaltjes (gekookt op de kachel in het washok).
In mei 1944 krijgt Jo longontsteking. Hij herstelt daar wel van maar blijft kwakkelen met zijn gezondheid. Nadat hij op 4 September 1944 gedeporteerd wordt naar Theresienstadt krijgt hij weer longontsteking en de medicijnen slaan niet aan. Hij bezwijkt 17 Oktober 1944 aan de gevolgen daarvan op 71-jarige leeftijd.
Lies weet in januari 1944 uit kamp Westerbork te ontsnappen. Ze gaat ’s-ochtends nog naar het werk en is niet meer teruggegaan. Via haar contacten met de ondergrondse duikt ze onder. Jo wilde niet mee. “Hij kon en wou niet illegaal doen”, zegt Lies daar na de oorlog over: “bang op dag voor iedere bel en ’s-nachts slapen onder de grond”. Lies keert in augustus 1945 terug naar D’ Leewrik. Het huis is onherkenbaar, uitgewoond en leeg. Een aantal spullen van vroeger weet ze nog terug te vinden, maar het meest is verloren gegaan en er is een gebrek aan alles. Veel mensen dachten “die komen toch niet meer terug”.
Het is vooral opnieuw beginnen...........
1 S. Bloemgarten en J. van Velzen, Joods Amsterdam in een bewogen tijd 1980-1940. Een beeldverhaal (Zwolle 1997) 69
2 Liesbeth Herzberg (1892) was een dochter van Abraham Michael/Michel Herzberg en Rebecca Person en broer van de bekende advocaat en publicist over onder meer de jodenvervolging Abel Herzberg die in 1941-1942 op de Slingerweg in Blaricum woonde. Zij was eerder gehuwd met de journalist Paul Florus Sanders (1891)
3 Petra Timmer, Metz&Co De creatieve jaren, 1995, ISBN: 9064502544. 200
4 Over de Barneveld groep door John Heymans: https://www.joodsmonument.nl/nl/page/593758/over-de-barneveld-groep.
5 Het gezin Pfeffer wordt in februari 1944 op transport gezet naar Theresienstadt en van daaruit doorgevoerd naar Auschwitz waar ze zijn vermoord. In april 2026 zijn voor alle vier struikelstenen gelegd https://www.stolpersteinelarenblaricum.nl/blaricum/noolseweg-65-was-noolscheweg-39
6 Over barak 85 in Westerbork: zie Blz. 446 in "Ondergang" van Dr. J. Presser en zie het hoofdstuk over Kamp Barneveld vanaf blz. 439.
Bron: Daniel de Leeuw en familie