Hier worden in 2026 twee Stolpersteine (struikelstenen) onthuld voor:
Benjamin van Praag
Celina van Praag-Hollander
Benjamin van Praag is geboren op 30 september 1870 in Amsterdam. Hij trouwt op 6 november 1907 met de pianolerares Lien Hollander, geboren op 25 december 1887 in Amsterdam. Ze had een conservatoriumopleiding gedaan en was concertpianiste. Zij gingen wonen op de Van Woustraat 166-III, hoek Tolstraat, boven de kruidenierswinkel van P. de Gruyter. Samen krijgen zij een zoon Bernard (*1910). Uit de administratie van de Algemene Nederlandse Diamantwerkers Bond (ANDB) blijkt dat Benjamin in zijn jonge jaren als briljantsnijder werkzaam was. Binnen de Bond hebben de verschillende specialismen hun eigen vertegenwoordigers. Naast briljantslijpers zijn er roosjesslijpers, briljantverstellers, roosjesverstellers, kapslijpers en klovers. Benjamin vertegenwoordigt (tenminste vanaf 1902) binnen de ANDB de belangen van de briljantsnijders. Hij is een echte vakbondsman, die zijn hele werkzame leven lid blijft van de ANDB. In 1928 verhuist het gezin naar een ruime, moderne flatwoning aan de Noorder Amstellaan 147-II, boven ‘Dames maatkleren atelier Blach’.
Zijn huis is een centrale plek voor allerlei vakbondsactiviteiten en Benjamin wordt voor allerlei commissiewerk gevraagd, naast zijn bezoldigd penningmeesterschap van de ANDB. Als professioneel bestuurder is hij ook lid van de Amsterdamse Bestuurdersbond (A.B.B.). Wanneer de huurcommissiewet wordt aangenomen worden op verzoek van de vakcentrales in de Huurcommissies ook vertegenwoordigers uit hun midden gekozen die de huurdersbelangen vertegenwoordigen. Ook Benjamin van Praag wordt in 1917 hierin benoemd voor het gebied: de grachten, de Jordaan en het Prinseneiland. In 1928 is Henri Polak voorzitter van het Wereldverbond van diamantbewerkers. Samen met Van Praag reist hij naar Antwerpen voor besprekingen. Ook was Benjamin tijdens de Spaanse Burgeroorlog bestuurslid van de Commissie Hulp aan Spanje.
In april 1940 besluit hij met pensioen te gaan. In de Bondsvergadering van de ANDB leest voorzitter Henri Polak een brief voor van zijn penningmeester Benjamin van Praag dat deze zich niet verkiesbaar stelt voor een nieuwe ambtstermijn, omdat hij het tijd vindt voor een jongere kracht. Kort na zijn pensionering verhuizen Lien en Benjamin in juli 1940 naar de Lingenskamp in Laren. Veel van zijn zakelijke relaties wonen er, o.a. zijn mede ANDB-bestuurslid en Eerste Kamerlid dr. Henri Polak en Isidore Keesing van de Raad van Arbeid. In februari 1941 moeten alle Joden zich melden bij de gemeente Laren voor een aanmeldingsbewijs. Tegen een leges van één gulden dient men zich een aanmeldingsbewijs te verschaffen, zodat duidelijk wordt hoeveel joden er in Laren woonachtig zijn.
In januari 1943 worden Benjamin en Lien door de Duitse bezetter gedwongen naar het joden ghetto in Amsterdam te verhuizen. Zij geven veel van hun spullen bij de buren Duurland op de Lingenskamp in bewaring (die worden na de oorlog weer teruggeven aan de nabestaanden). Ze krijgen een woning aan het Transvaalplein 19-I. Benjamin (72 jr) heeft van de Joodse Raad een Sperre gekregen en is officieel vanaf 1-9-1942 als medewerker Algemene Dienst werkzaam op de Houtmarkt 10. Samen worden ze tijdens de laatste grote razzia in Amsterdam Zuid en Oost op 20-6-1943 op het Transvaalplein verzameld en afgevoerd naar kamp Westerbork. Celina belandt in barak 58 en Benjamin in barak 93. Op 29-6-1943 gaan ze samen op transport en worden ze enkele dagen later, op 2 juli 1943 vergast in Sobibor. Zoon Bernard overleeft de oorlog.
Bron: Aaldrik Hermans