Hier worden in 2026 twee Stolpersteine (struikelstenen) onthuld voor:
Hendrik Veldhuis
Willem Lodewijk Hendrik Nagel
Albert Schlösser, de onderduikgever, was een Duitser en deed al verzetsdaden in Duitsland tegen het Nationaal Socialisme. Hij was voor de oorlog uitgeweken naar Nederland en ging vanuit Laren verder met het verzet. Hij werd leider van de KP (knokploeg) in Laren, die in het laatste oorlogsjaar zeer actief was.
Veldhuis zit bij Schlösser ondergedoken op de Paviljoensweg 6 in Laren en helpt bij de illegale drukkerij die Schlösser heeft opgezet. Veldhuis, geboren op 7 februari 1922, was drukker en lid van het verzet. Hij is de zoon van Gerrit Veldhuis en Jantina van Erkelens, Al heel snel tijdens de bezetting wordt Hendrik Veldhuis actief in het verzet. Hij staat bij de andere verzetslieden ook wel bekend als “Vosje”. Hendrik begint zijn verzetsacties bij de LO-Meppel en krijgt al snel verantwoordelijk werk. In 1943 komt Hendrik in contact met verzetslieden uit Twente. Hij gaat dan ook gegevens verzamelen voor Vrij Nederland. Als de verzetsgroep die Vrij Nederland verzorgt uit elkaar valt, begint een aantal van hen met het drukken van Trouw. Hendrik sluit zich aan bij deze Trouw-groep die onder leiding staat van Wim Speelman.
Willem Lodewijk Hendrik Nagel is geboren op 21 september 1902 in Amsterdam in het gezin van Carl Louis Victor Nagel en Helena Magdalena Weemer. Vader Victor is eigenaar van hotel ‘t Kromhout in Brummen, maar zijn grote passie ligt bij schilderen en tekenen. Als Willem (roepnaam Lo) 27 is, trouwt hij op 25 september 1929 in Arnhem met de even oude Gerdina Antonia Muis (geb.10 juni 1902, Arnhem). Op 4 oktober 1929 schrijft Willem zich in Arnhem in.
In de oorlog raken Willem (onder de schuilnaam Willem de Vries) en Gerdina betrokken bij het verzet. Willem zet het tekentalent dat hij van zijn vader heeft geërfd in bij de vervalsing van persoonsbewijzen en Gerdina werkt als koerierster. Willem moet onderduiken. Hij wordt echter verraden en overgebracht naar gevangenkamp Vught. Ook Gerdina zit korte tijd gevangen. Willem blijft in Vught tot 5 september 1944.
Vanuit Vught schrijft Willem een ontroerende brief aan zijn familie. Op 6 september 1944 wordt hij op transport gesteld naar Sachsenhausen en zit daar gevangen tot 16 oktober 1944. Via de kampen Neuengamme en Hamburg-Veddel, Dessauer Ufer komt hij daarna in Bergen-Belsen terecht. Willem overlijdt in Bergen-Belsen op 14 maart 1945 aan ontbering en uitputting. Gerdina Muis overlijdt in 1981 op de leeftijd van 79 jaar.
Onderstaand het verhaal over Schlösser en de overval bij hem waar Veldhuis is neergeschoten en Nagel gearresteerd.
Het is 14 juni 1944. Schlösser is de dag erop jarig, maar hij verbiedt iedereen om hem op de Paviljoensweg te komen feliciteren. In plaats van zijn verjaardag te vieren, houdt Schlösser vanuit een buurhuis zijn eigen huis in de gaten. Om 15.00 uur verschijnt garagehouder Keuker, de 68-jarige vader van de chauffeur die ook voor Schlösser werkt. De Gestapo is bij hem langs geweest om erachter te komen in wiens opdracht zijn zoon naar Amsterdam is gereden. Schlösser drukt hem op het hart dat hij vooral niet mag zeggen dat hij dat is geweest. Hij belooft de man zelfs een nieuwe auto als hij zijn mond houdt. Om 18.00 uur komen drukker Henk Veldhuis en koerierster Reyni Luiting Schlösser toch feliciteren. Hij ontvangt ze in de woonkamer. Ze hebben cadeaus meegenomen: een schilderijtje van een vriend, een doosje sigaretten van Henk en gebakjes van Reyni. De tuin van Paviljoensweg 6 grenst aan de achterzijde aan het terrein van de Montessorischool. Dat biedt een natuurlijke ontsnappingsweg. Aan de achterkant van het huis staat om die reden altijd een raam open, waardoor men in geval van onraad ontsnappen kan. Door over de schutting te klimmen kun je via de school wegkomen. Plotseling ziet Schlösser voor het huis drie mannen bij de heg staan. Hij slaat meteen alarm: “Henk, de Gestapo!”. Veldhuis verdwijnt snel naar achteren. Schlösser probeert via de keukendeur te ontsnappen, maar hij is net niet snel genoeg en wordt gegrepen. Henk Veldhuis verstopt zich tevergeefs achter een deur en wordt ook gepakt. Intussen ontgaat het de drie Duitsers dat Reyni via de voordeur wegvlucht en meteen naar politie-inspecteur Boog gaat. Veldhuis staat op anderhalve meter van de voordeur, die naar buiten open gaat. Hij wordt onder schot gehouden, net als Schlösser. Henk gokt erop dat hij het pistool uit de hand van de Duitser kan slaan en dan kan wegrennen. Hij slaat helaas niet hard genoeg. Terwijl hij wegrent, wordt hij in zijn rug geschoten. De aandacht van de kerels van de Gestapo is volledig op Henk geconcentreerd. Schlösser bevindt zich op anderhalve meter van de keukendeur. Hij ziet zijn kans, grist zijn portefeuille van tafel, rent naar boven en springt uit het raam. Op zijn fiets sjeest hij eerst naar ‘oom’ Cor Louwerse, de zetter, om hem te waarschuwen. Daarna gaat hij naar Boog, waar hij Reyni aantreft. Ze heeft het neerschieten van Henk niet gezien. Inmiddels komt Alie Simons thuis, die bij Schlösser in huis woont. Ze gaat meteen de dokter halen, terwijl de Duitsers de meegenomen gebakjes van Reyni opeten. Veldhuis wordt met spoed naar het Sint Jansziekenhuis gebracht. Enkele dagen lang overwegen Schlösser en Boog om hem daar weg te halen, maar Veldhuis wil dat zelf niet. Volgens dokter Holtmann is zijn toestand daarvoor ook te slecht. Veldhuis wordt overgebracht naar Kamp Vught, waar hij op 20 juni 1944 aan zijn verwondingen overlijdt. Ook Nagel is daar aanwezig en wordt gearresteerd en afgevoerd naar Kamp Vught.
Bron: Herinneringsbomen Laren