Hier wordt geen Stolperstein (struikelsteen) geplaatst voor:
Marie Jean Boas
Hij stond ingeschreven in Amsterdam aan de Rijnstraat 102-III maar is in Laren op het Tramstation aan de Stationsweg gearresteerd, op zoek naar een onderduikadres. De Stolperstein moet in Amsterdam geplaatst worden bij zijn laatste onderduikadres, waar hij samen met zijn tweede echtgenote Grete Boas-Sommer woonde. Echter vanaf 1 november 2025 tot 1 september 2026 geldt er een tijdelijke aanvraagstop voor Amsterdam. Er wordt voorrang gegeven aan aanvragen van familieleden of anderen die een persoonlijke relatie hebben met Marie Jean Boas. Aanvragen zonder persoonlijke relatie krijgen vooralsnog een lagere prioriteit.
Marie Jean Boas wordt in Rotterdam geboren op 20 oktober 1898 als derde zoon van de koopman Simon Boas en Mietje Katan in een gezin met zes jongens en twee meisjes: Wolf Simon (1890), Levie (1892), Sientjen (1894), (1896), Meijer (1896), Marie Jean (1898), Esther Antonia (1902), Coenraad (1904) en Nathan Levie (1907).
Marie Jean Boas, enkele maanden daarvoor gescheiden, trouwt op 6-5-1936 in Amsterdam met Grete Sommer. Marie Jean zegt zijn huis op in de P.C. Hooftstraat 107-II en trekt in bij z’n nieuwe vrouw op de Haarlemmermeerstraat. Op 31-3-1938 verhuist het gezin van 2-hoog naar 1-hoog. Daarna verhuist het gezin op 23-5-1939 naar Nw. Amstel (Mr. Sixlaan 30). Hier wordt op 8-8-1939 dochter Irene Sonja Boas geboren. Driekwart jaar later verhuizen ze (in oktober 1940) naar de Rijnstraat 102-II en later op 3hoog-rechts. Ook de 18-jarige zoon Simon Boas woont dan bij z’n vader in. Op 22-3-1943 verhuizen ze naar de Tugelaweg 147-II. Vermoedelijk was deze laatste verhuizing door de Duitse bezetter opgelegd.
Tijdens de oorlog werkt Grete als medewerkster sociale jeugdhulp bij de Joodse Raad. Deze aanstelling bij de Joodse Raad gaf het gezin een Sperre, waardoor ze relatief lang in Amsterdam konden blijven wonen. Vermoedelijk werd deze Sperre op enig moment door de Duitsers ingetrokken en is dit de reden waarom haar man Marie Jean Boas op 10 juli 1943 naar Laren (NH) ging om er een onderduikplek te vinden voor zijn gezin. Marie Jean Boas werd echter op het tramstation van de Gooische moordenaar direct gearresteerd door een overijverige Larense politieman. Hij heeft 2 nachten opgesloten gezeten in een politiecel in Laren en is 13 Juli 1943 overgebracht naar Amsterdam.
Bij zijn arrestatie geeft Boas op als adres Hondecoeterstraat 7-II in Amsterdam. Uit de huizenklappers van de gemeente Amsterdam blijkt niet dat hij hier ooit gewoond heeft. Mogelijk is het adres vals of heeft Boas een bekende willen laten weten van zijn arrestatie. Uit de reconstructiekaart die na de oorlog van hem gemaakt is door de gemeente Amsterdam staat vermeld dat hij in 1943 woonde op de Tugelaweg 147-II en dat zijn beroep ‘journalist bij de KNAC’ is.
Uit de inschrijving uit het arrestantenboek van Laren blijkt dat Marie Jean Boas reisde op een vervalst persoonsbewijs (Mari Jan Baas, *Rotterdam 20-10-1896. Om de houder van een vervalst persoonsbewijs enig houvast te geven bij controle werd door de vervalser vaak gestreefd om de geboortedatum, voorletters of achternaam enigszins op de oorspronkelijke te laten lijken. Hierdoor was het eenvoudiger om de valse identiteit te kunnen volhouden bij een verhoor. Opvallend hier is de grote overeenkomst tussen valse identiteit en oorspronkelijke naam. Na verhoor geeft Boas toe dat zijn persoonsbewijs vals is.
Jean Marie komt om in Auschwitz op 27 augustus 1943. Grete en haar dochter Sonja komen om in Auschwitz op 26 maart 1944.
Bron: Herinneringsbomen Laren